Johannes van Dam

 

Hij kon het zo mooi vertellen, Johannes van Dam. Als hij mooie gerechten beschreef, liep het water je in de mond en als hij een slechte ervaring verwoordde, rilde je mee met de horecaondernemer, die de toorn van Johannes over zich afgeroepen had. “Het vlees blijkt een vliesdunne lap (hooguit zes millimeter) te zijn, die natuurlijk niet saignant - wat bij zo’n dunne lap helemaal niet mogelijk is - maar eigenlijk ‘doorgeslagen’ is. Bovendien zijn de grillstrepen bitter, omdat de grill duidelijk niet goed schoongemaakt is. We laten het geheel grotendeels liggen, in zijn plasje fabrieksmatige pepersaus (€18,45).”

 

Johannes van Dam had een hekel aan alles wat nep was. Ik denk dat hij zou gruwelen van restaurants die vrolijk op de gevel melden dat je er pizza en steaks kunt eten. Als liefhebber van authenticiteit zou van Dam daar niet naar binnen gaan. En als hij dat wel zou doen, zou hij er een vinnige kritiek over hebben geschreven. De betreffende horeca ondernemer zou daar echter geen slaap door missen, want die richt zich niet op mensen die op zoek zijn naar een authentieke eetervaring en toeristen lezen geen Nederlands. 

 

Er is niets mis met restaurants die populaire happen bieden aan toeristen, die hun magen willen vullen tegen lage kosten. Maar het is in de binnenstad heel veel van hetzelfde, want er wordt niet naar originaliteit gestreefd. Ze bieden allemaal hetzelfde en zetten dan zo’n meisje, dat zich staat te verkleumen met een menuutje in haar blauw wordende vingers, voor de deur om de klanten naar binnen te praten. Voor mij als Amsterdammer is dat een teken dat ik dat restaurant moet mijden. Mijn verwachting van de kwaliteit van een toeristenrestaurant is laag, omdat ik denk dat ze zich richten op een eenmalige klant, waardoor ze niet gemotiveerd zijn om kwaliteit te leveren.

 

Als het ene na het andere restaurant in een straat toeristisch is, dan zal ik, en met mij veel Amsterdammers, die straat gaan mijden en dan ontstaat het probleem dat “reddewinkels.amsterdam” probeert te adresseren. Want dan worden de authentieke restaurants, die zich in dezelfde straat bevinden, in hun bestaan bedreigd omdat er geen Amsterdammers meer langslopen. Als zij het niet meer redden, dan neemt de monotonie nog verder toe als daar horecagelegenheden voor in de plaats komen, die weer meer van hetzelfde bieden. En dat versnelt het proces van de ondergang van de authenticiteit en het karakter van de binnenstad.

 

Ik weet dat mensen zeggen, dat is de marktwerking dus dat moeten we maar accepteren. Ik begrijp dat er een marktwerking is, maar ik vind niet dat we alle nadelen daarvan klakkeloos moeten accepteren. Het is een politieke discussie, die wij als Nederlanders als geen ander productief kunnen voeren, met al onze ervaring met polderen. Het stadsbestuur moet naast de belangen van vastgoed eigenaren,  de belangen van ons bewoners vertegenwoordigen, een gezonde lokale economie faciliteren en wat mij betreft het aanzicht van de binnenstad bewaken. De petitie Red de Winkels Amsterdam hoopt bij te dragen aan het vermogen van het stadsbestuur om het aanzicht van de binnenstad te besturen, want je kunt wel een rode loper uitleggen, maar met een dergelijk platte commerciële exploitatie ernaast, is dat een vlag op een modderschuit.

 

Ik heb de Petitie Red De Winkels Amsterdam getekend

 

omdat ik woon, werk en winkel in Amsterdam

 

Anna van Nouhuys